Lightbox Image
Afbeelding:
Binnenland 22 februari 2022

Eerste Kamer stemt voor 4e verlenging spoedwet en A-status COVID-19

Redactie Blckbx
Eerste Kamer
3:26

De Eerste Kamer stemde zojuist in met de vierde verlenging van de spoedwet. Hierdoor krijgt de ‘Tijdelijke’ wet maatregelen steeds meer een permanent karakter. Ook stemde de Kamer voor het definitief plaatsen van COVID-19 op de A-lijst van infectieziekten. Dat betekent dat de overheid nu blijvend beschikt over vergaande bevoegdheden ter bestrijding van het virus.

‘Tijdelijke’ wet maatregelen

De ‘Tijdelijke' wet maatregelen COVID-19 – spoedwet in de volksmond – trad voor het eerst in werking op 1 december 2020 en is sindsdien al drie keer met drie maanden verlengd.

De wet verving de verschillende noodverordeningen, waarin sinds maart 2020 allerlei vrijheidsbeperkende maatregelen waren opgenomen. De spoedwet geeft de overheid vergaande en grondrechtenschendende bevoegdheden, zoals het uitvaardigen van samenscholingsverboden, het verplichten van mondkapjes en afstand houden.

Tijdens het plenaire debat gisteren over deze vijfde verlenging diende Senator De Boer (GroenLinks) namens haar fractie en die van VVD, CDA, PvdA, ChristenUnie, 50PLUS en OSF een motie in om de verlenging niet voor alle maatregelen te laten gelden, maar alleen voor de maatregelen die vanaf 25 februari niet komen te vervallen, zoals afstand houden, mondkapjes, ventilatie en hygiëne. Deze motie is aangenomen.

Senator Otten (Fractie-Otten) diende een motie in om de spoedwet zo spoedig mogelijk en uiterlijk per 1 maart 2022 in te trekken. Deze motie werd ontraden door Minister Kuipers en is verworpen.

A-status COVID-19

Ook stemde de Eerste Kamer vanmiddag voor het wijzigen van de Wet publieke gezondheid (WPG). Door deze wetswijziging blijft COVID-19 definitief aangemerkt als infectieziekte behorend tot de A-categorie.

Op 28 januari 2020 werd COVID-19 met een ministeriële regeling van toenmalig minister voor Medische Zorg (en Sport) Bruno Bruins toegevoegd aan de A-categorie. Destijds schatte men de mortaliteit van COVID-19 op ongeveer 2 – 3 procent, waarmee het toen al een opvallend mild virus was tussen de overige infectieziekten op de A-lijst. Want daar staan verder uitsluitend virussen op met zeer hoge mortaliteitscijfers: ebola (50 procent), MERS (34 procent), pokken (30 procent) en SARS (10 procent).

Zowel het oorspronkelijke Wuhanvirus als de Delta-variant bleken echter veel minder dodelijk dan aanvankelijk ingeschat. De World Health Organisation (WHO) stelde de mortaliteit later bij naar 0,23 procent. De huidige Omikron-variant is echter nóg milder, wat rechtvaardiging voor plaatsing op de A-lijst verder bemoeilijkt.

Volgens minister Ernst Kuipers is de indeling in de A-categorie niet alleen afhankelijk van de druk op de IC-capaciteit. In deze nota zegt hij dat het ook afhangt van “De vraag of landelijke regie door de minister van VWS noodzakelijk wordt geacht.” Als dat het geval is, dan wordt de ziekte in categorie A ingedeeld, aldus de minister.

Het is echter onduidelijk wat hij precies bedoelt met ‘landelijke regie door de minister van VWS’. Critici vermoeden daarom dat het toekennen van de A-status aan COVID-19 vooral is bedoeld om de maatregelen in stand te houden, zoals voormalig minister van VWS Hugo de Jonge ook al suggereerde.

Lees meer over: Spoedwet Corona Eerste Kamer

Reacties

Hier kan je discussiëren over het nieuws, vragen stellen en inhoudelijk iets bijdragen aan artikelen.